Wat stekje?

Wat stekje?

Stekken, stekjes ruilen, stekjes kweken, op dit moment is stekken een grote hype. Zelf kamerplanten stekken is hartstikke leuk, maar hoe moet dat eigenlijk? Ik ga je met tips en tricks op weg helpen, zodat jij je eigen urban jungle kan creëren. 

Ten eerste is het belangrijk om te weten hoe je aan stekjes kan komen, anders wordt het een lastig verhaal. Stekjes kun je halen van de kamerplanten die je al in huis hebt, ruilen met vrienden en familie, of kopen in een tuincentrum. Ook heb je niet veel nodig om te stekken, alleen wat potjes, aarde, een mes en water.

Good to know
Wanneer je een echte prof in stekken wil worden, is het handig om te weten dat er verschillende soorten stekjes zijn. Afhankelijk van de plant kun je één of meerdere soorten stekjes nemen.  Let wel op iedere plant is anders, de ene houdt van water, vind het niet erg om beschadigd te raken en staat graag in de zon, een andere plant kan hier helemaal niet blij van worden. Onderzoek dus eerst wat jouw plant nodig heeft. Ik maak onderscheid in vier verschillende soorten stekjes:

1/4 - Uitlopers
Laat ik beginnen met uitlopers. Er zijn planten waarbij vanzelf een aftakking groeit met een nieuw plantje eraan. Deze baby’s kun je gemakkelijk van de plant halen, door de spriet/ tak waar de baby aan groeit door te knippen. Aan deze stekjes zitten zelfs al wortels, waardoor je hem rechtstreeks in de potgrond kan zetten. Daarnaast zijn er planten die aftakkingen maken ondergronds. Boven de aarde kan je de baby herkennen aan een nieuw en extra stammetje. Deze baby stek je door hem uit te graven. Hoe? Je graaft met je vingers naar de wortels van de babyplant, wanneer je deze hebt gevonden snijd je de stek zo dicht mogelijk bij de moederplant af. Je mag het stekje direct in de aarde zetten, maar de tip die ik geef is om hem eerst een tijdje in een laagje water te zetten, zodat de wortels beter kunnen groeien. 
Planten die uitlopers laten groeien zijn: de graslelie, de pannenkoekplant, de bananenplant en de koffieplant. 

2/4 - Kopstekjes
Dan de kopstekjes, het woord zegt het al; hier gaat het om het topje van een plant. Wat belangrijk is om te weten is dat planten ‘knopen’ hebben. Knopen zijn de plekken waar bladeren uit de stengel groeien. Wanneer je een kopstekje neemt, moet je er op letten dat je de plant schuin afsnijdt net onder de bovenste knoop. Wanneer je de stek hebt genomen, moet je de onderste en dus oudste bladeren verwijderen. Nu kan het kopstekje worden geplaatst in vochtige grond. Planten die geschikt zijn voor kopstekjes: Dracaena, Rhipsalis, Croton, Hedera en Paricha

3/4 - Stengelstekken
Stengelstekken gebeurd op bijna dezelfde wijze als kopstekken. Het verschil is dat de stengelstek geen kop heeft… volg je me nog? Een stengelstek neem je af door een volgroeide stengel of tak af te snijden net onder de knoop. 
Stengelstekjes neem je van de: Begonia, Alocasia, zaagcactus en Sanseveria. 

4/4 - Zaden
Wat ook leuk is om te doen, maar niet onder stekken valt is planten laten groeien door middel van zaden. Leg de zaadjes die de plant laat vallen op vochtige potgrond, dek de zaadjes daarna af met een centimeter aarde en geef het regelmatig water. Ook kun je proberen om ertegen te praten, de plant heeft natuurlijk ook een dosis liefde nodig.  Zaden die geschikt zijn: avocado pit, de euphoribia leuconeura en zaden van fruitboompjes.


Ik hoop dat ik je enthousiast heb gemaakt, om het ook eens te proberen. Het is hartstikke leuk om je eigen planten te zien groeien. Wanneer het een keer niet lukt is er ook geen man over boord. Je hebt altijd de moeder plant en kan het dus zo weer opnieuw proberen. 


Mijn favoriete plant om te stekken is de pannenkoekplant, de kans dat deze stek gaat groeien is 99,9%! Een goede plant om mee te beginnen dus.

Heb jij al wel eens een plant gestekt? Laat het me weten in de reacties!

Liefs,

Sanne
 

Onze tuincentra