Leve de lentebloeiers!

Leve de lentebloeiers!

Bloeiende bolletjes! Heerlijke kleur midden in de winter! Van soorten die je zo in huis kunt zetten: gele narcisjes en lichtblauwe blauwe druifjes. Buiten is het voor deze vroegbloeiertjes nog net te koud, dus zet ze lekker binnen. Ze zullen wekenlang bloeien en soms heel licht geuren. De verzorging is makkelijk: zet de bloeiende potjes op een lichte plek in een leuk sierpotje in je kamer en zorg gewoon dat de grond waarin de bolletjes staan, niet helemaal uitdroogt.

Dus regelmatig even voelen en, als de grond in de potjes dan wat droog aanvoelt, een beetje water geven. Dat is alles. Plantenvoeding is niet nodig. Ze halen hun groei- en bloeikracht uit de potgrond en de bolletjes. Heerlijk om te hebben, deze vrolijk makende bolbloeiertjes. Maar zo’n bloeiend potje lentebrengers kun je ook heel goed cadeau geven. Iedereen vindt ze leuk!

Narcisjes zijn heel lieflijk en sterk
De geleerden zijn het onderling niet helemaal eens over het aantal wilde narcissensoorten dat bestaat. Meestal wordt dat aantal op 26 gehouden. Daarnaast zijn er nog tientallen ondersoorten en honderden cultivars (kweekvormen), wat vaak kruisingsproducten zijn. Daarbij zijn de oorspronkelijke oudersoorten vaak nauwelijks meer te herkennen. Het zijn er zoveel dat ook die weer (meestal naar hun uiterlijk) in groepen zijn onderverdeeld. Zo zijn er trompetnarcissen (de bekende grote ‘daffodils’), grootkronige en kleinkronige narcissen, trosnarcissen, gevuldbloemige, zelfs spleetkronige enz. enz. 

De meeste narcissensoorten stammen uit landen rond de Middellandse Zee, veel uit Spanje en Portugal, maar ook in West-Europa en bijvoorbeeld Marokko komen narcissensoorten voor. Narcissen zijn samen met tulpen, hyacinten en krokussen de belangrijkste voorjaarsbloeiende bolgewassen. De potjes met bloeiende bolletjes die je nu kunt kopen zijn (met een vakterm) voorgetrokken. Ze bloeien dankzij kwekerskunst eerder dan normaal. De meeste soorten bloeien in de wilde natuur vanaf maart-april. Gekweekt worden ze al sinds de 16e eeuw, tegenwoordig vooral in Nederland en Engeland. 

Blauwe druifjes of druifhyacintjes (Muscari-soorten)
Deze komen oorspronkelijk uit het zuidoosten van Europa, de Kaukasus en Turkije. Er zijn tientallen soorten die heel lastig te onderscheiden zijn. Ze lijken heel erg op elkaar. Dat geldt ook voor de vele cultivars (kweekvormen) die daar weer uit zijn ontstaan. De meeste zijn kruisingsproducten die blauw (licht- tot paarsblauw) of wit bloeien. Soms zijn er lichte kleurverschillen in de bloemtrosjes zelf. Dat is ook het geval bij de nu door GroenRijk aangeboden blauwe druifjes. Heel mooi. Als je van heel dichtbij of met een loepje naar die trosjes kijkt, zie je dat elk bloempje bestaat uit een aantal bol samengegroeide bloemblaadjes (oorspronkelijk waren dat zes aparte blaadjes) met een smalle, anders gekleurde opening waarvan de rand rondom lichtgetand is.

In de natuur worden deze bolbloempjes door heel kleine insecten bestoven. De bloempjes zitten min of meer spiralend (in een soort schroefdraadvorm) rond de top van de bloeistengel. De meeste soorten bloeien in het voorjaar. Naarmate de trosjes uitbloeien lijken ze wat losser te worden. De smalle groene tot soms iets blauwgroene bladeren van de blauwe druifjes groeien net zoals de bloemstengel direct uit de bol. Ook de blauwe druifjes in het mandje zijn zo behandeld dat ze eerder bloeien dan normaal.

De verzorging
Zet de potjes met narcisjes of blauwe druifjes op een lichte plek in huis, maar zorg dat ze niet in direct, fel zonlicht staan. Met name de blauwe druifjes kunnen daar niet goed tegen. In de natuur groeien die namelijk in de beschutting van bomen en struiken op vochtige, beboste berghellingen. Zorg alleen dat de potgrond in de potjes niet uitdroogt. Voel dus regelmatig met een vinger of de grond nog vochtig is en geef een beetje water als dat nodig lijkt. Niet te veel, want de bolletjes houden er niet van om lang nat te staan. Als de bolletjes zijn uitgebloeid, zijn de blaadjes nog groen. Je kunt ze dan op een beschut plekje (bijv. onder heesters) in de tuin planten. Maar doe dat alleen als het niet vriest en als ook de grond niet bevroren is. Wil je ze buiten in een pot overplanten neem dan een pot die minstens 20 cm diep is. Muscari-bolletjes moet je ca. 6 cm diep planten, de narcisjes iets dieper (ca. 10 cm diep). Plant de bolletjes 5 cm uit elkaar. Je kunt ze in de volle grond van je tuin heerlijk laten verwilderen. Als het lukt zullen ze het jaar erop in hun natuurlijke bloeiperiode bloeien (dus niet zo vroeg als nu) en zich langzaam uitbreiden. Je moet het blad niet afknippen, maar rustig laten vergelen zoals ook in de natuur gebeurt. Als je dit zo doet, heb je er niet alleen nu plezier van, maar kun je er nog jaren van genieten!

 

TIP
De narcisjes en blauwe druifjes worden zonder sierpotje verkocht, maar GroenRijk heeft ook wat sierpotjes betreft alles voor iedere smaak en maat.

Onze tuincentra